Interview met Hendrik de Pecker - Als vader vechten is van theatergezelshap Het Nut 

(advertentie)


1. In de voorstelling combineer je jouw jeugd met een figuur (Telemachus) uit de

klassieke mythologie. Waarom koos je juist voor een figuur uit de Griekse oudheid, en

niet voor een hedendaags figuur?

“Theater gaat vaak over de Griekse Oudheid. Telemachus is de zoon van Odysseus, een

afwezige vader. Telemachus wordt overschaduwd door zijn vader, zijn naam betekent zelfs

‘vechter op afstand’. Telemachus staat letterlijk in de schaduw en blijft de hele tijd op het

thuisfront, wachtend op zijn vader Odysseus.

Daarnaast is het theaterstuk autobiografisch. Doordat mijn vader door ziekte afwezig was,

ontstond er een gevoel van overschaduwd te worden door een gebeurtenis. Hierdoor

ontstond een gelijkenis tussen Telemachus en mijn autobiografische verhaal.


2. Stel, Telemachus wordt in deze hedendaagse wereld vader. Hoe denk je dat hij het

vaderschap zou aanpakken?

“Interessante vraag. Telemachus heeft geen vaderfiguur en moet dus zelf zijn vaderrol

vinden. Hij gaat op zoek naar zijn vader, maar kan alleen via verhalen van anderen te weten

komen wie zijn vader is.

Hierdoor ontstaat een interessante spanning; als je alleen via verhalen hoort wie je vader is,

kun je nooit zelf een eigen oordeel over je vader creëren. Verhalen gaan namelijk altijd door

een filter heen.

Als Telemachus in de hedendaagse wereld vader zou zijn, dan zou hij mogelijk moeite

hebben om te bepalen hoe hij zijn vaderrol zou invullen. Telemachus had namelijk geen

rolmodel, en als je geen rolmodel hebt, wie ben jij dan?

Ik kijk ook naar het maatschappelijke debat; hoe geef je invulling aan je mannelijkheid? Er

lijkt een gat te zitten in wat mannelijkheid precies is.”


3. Gebruik je de klassieke mythologie vaker als rode draad in je theaterpraktijk /

kunstenaarspraktijk?

“Het was voor mij de eerste keer dat ik met klassieke mythologie als rode draad werkte. Het

was een fascinerend proces, waarin de concrete mythologie steeds meer naar de

achtergrond verdween.

Er werd ook gekeken naar de randfiguren; bijvoorbeeld Circe, een figuur uit De Odyssee die

de bemanning van Odysseus veranderde in varkens. Ik vroeg mij af, wat is haar verhaal?

Het fascinerende aan mythes is dat de grote helden centraal staan, het zijn echt oerverhalen die al eeuwen herverteld worden. Maar, wie zijn de randfiguren in deze grote mythes? Deze vraag trok ik door naar het hedendaagse leven. Ik behoor zelf tot Generatie Y; een generatie waarin het idee dat je alles kunt worden en een positieve blik centraal stonden. Wij als generatie Y zijn inmiddels oud en geen helden, maar randfiguren geworden. En wij moeten daarmee dealen.


4. Wat hoop je met de voorstelling Als vader vechten is over te brengen naar je

publiek?

“Voor mij stelt het theaterstuk de vraag; je bent een kind van een afwezige vader, hoe ga je

voorbij het verlies? En hoe kán je voorbij het verlies? Hoe vormt afwezigheid zich?

Voor mij is afwezigheid een constant verlies; als je iemand die dichtbij je staat verliest, is er

niet iets zoals een voor en een na. Je verliest degene steeds opnieuw. Hoe kun je daar aan

voorbij komen?

Daarnaast heeft Als vader vechten is ook een maatschappelijke boodschap; je mag

kwetsbaar zijn. Door kwetsbaarheid los je veel problemen op.


5. Zou je in komende theaterstukken weer de klassieke mythologie als inspiratiebron /

rode draad gebruiken?

“Vraag het me na de première nog een keer! Ik heb zin om nog een keer iets met mythe te

doen, al weet ik nog niet welke. Stoere heldenverhalen zijn bijvoorbeeld wel interessant om

een andere wending aan te geven.

Het was een heel kwetsbaar proces geweest, allereerst dacht ik ‘ik wil iets doen met mythe’,

daar is naderhand een zeer persoonlijk verhaal in verwerkt. Het Duitse gezegde als je begint

in de schijt gaat het stinken (“Je mehr man in der Scheiße rührt, desto mehr stinkt sie“) past

hier goed bij; als je begint te peuteren komt er iets los.”